Ik ga ergens staan gapen
met ogen vol rouw
en armen vol regen
Zonder wisselgeld
maar met kou in een bekerBedelen niet toegestaan!
Gewoon overeind,
mezelf
staande houdend
in het hart
van hardheidHarteloze stad
Straat van keizers
Treinstation zonder rust
Verboden te slapen !
Gedicht van Bart De Schepper
De plannen van de NMBS en de stad om stalen kabels te plaatsen rond het station vormden de aanleiding voor een bredere discussie die het Antwerps Straatsyndicaat op gang bracht over vijandige architectuur en het recht op publieke ruimte. Wat voorgesteld werd als een maatregel voor “orde” en “veiligheid”, roept fundamentele vragen op: voor wie wordt de stad ingericht, en wie wordt systematisch geweerd uit het straatbeeld?
Vijandige architectuur — van kabels en hekken tot banken waarop je niet kan liggen of plekken waar je niet kan schuilen — is nooit neutraal. Zulke ingrepen maken duidelijk welke mensen welkom zijn en welke als overlast worden beschouwd. Ze treffen in de eerste plaats mensen zonder woonst, mensen op doorreis, jongeren, kwetsbare personen en iedereen die nood heeft aan rust, beschutting of simpelweg een plek om te bestaan zonder consumptiedwang.
Met deze discussie wil het Straatsyndicaat het debat opentrekken: willen we publieke ruimte die mensen verdrijft, of een stad die gastvrij en menselijk is? Opvallend is dat de reacties ondertussen veel verder reiken dan middenveld en sociale organisaties. Ook vanuit politieke hoek groeit de kritiek op maatregelen die armoede en dakloosheid vooral onzichtbaar proberen te maken in plaats van structureel aan te pakken.
Naar aanleiding van dat debat schreef Bart bovenstaand gedicht — een scherpe en kwetsbare reflectie over menselijke waardigheid in een stad waar hardheid steeds vaker ingebouwd lijkt in steen, staal en beleid.