Droom van een dakloze, een locker, de HEMEL!
Ik ben een wandelaar, een pelgrim.
Ik loop door de straten van deze stad, beladen met hebben en houden.
Al mijn bezittingen draag ik mee. Ik bewaar ze dag en nacht. Geen rust gegund aan mijn ogen en oren.
Steeds alert.
Geen pauze voor mijn vermoeide benen en lijf.
Een bank lijkt amper gegund aan een zwerver.
Ik droom van een locker. Een klein huisje ergens aan een muur- jouw muur?
Een eigen plaats waar ik mijn spullen kan bergen. Het lopen zal blijven, kilometers per dag, maar licht, mijn rug rechter, mijn schouders ontlast.
Een locker, een klein huisje aan een muur hier ergens in deze stad. Een droom waarin je me een klein beetje huis, een klein beetje je straat laat delen. Ik kom je tegen en zeg goedendag, elke dag!
Ik zal zorg dragen voor jouw bezit. En als jij dan ook wat op mijn spullen past, schept dat een band.
Een klein huisje, een locker in jouw straat, Mijn blik verzacht, mijn hart verwarmd.
Gerda, een kloofdichter