Foto Niek Everts
Jaro was een vriendelijke, soms wat verlegen man.
Zoals zoveel anderen probeerde hij in Antwerpen te overleven in een samenleving die steeds harder wordt voor wie arm, dakloos of kwetsbaar is. Het overlijden van Jaro en Piotr is niet zomaar een tragisch individueel verhaal. Het is een politieke en maatschappelijke aanklacht.
Hun dood is een schandvlek voor Antwerpen.
Jaro en Piotr verbleven tot voor hun overlijden in de winteropvang. Zoals elk jaar sloot die opvang opnieuw de deuren, alsof armoede en dakloosheid seizoensgebonden problemen zijn. Maar mensen verdwijnen niet wanneer de winteropvang sluit. Ze worden opnieuw de straat op gestuurd, zonder perspectief, zonder structurele begeleiding, zonder woonzekerheid. Dat is geen ongeluk. Dat is beleid.
De verklaringen van schepen Nathalie Van Baren tonen vooral hoe ver de normalisering van onmenselijkheid ondertussen gevorderd is. Wanneer bestuurders dakloosheid herleiden tot individuele verantwoordelijkheid en structurele uitsluiting minimaliseren, verdedigen zij een ijskoud beleid dat mensen letterlijk aan hun lot overlaat.
De dood van Jaro en Piotr staat niet los van jarenlange politieke keuzes:
- de afbouw van sociale bescherming,
- een tekort aan betaalbare woningen,
- het criminaliseren van dakloosheid,
- het uitsluiten van arbeidsmigranten uit volwaardige sociale rechten,
- en het ontbreken van een menswaardig opvangbeleid.
Dat is des te schrijnender omdat veel Oost-Europese arbeidsmigranten jarenlang onze economie mee recht hielden. Ze werkten in de bouw, logistiek, schoonmaak en horeca. Zolang hun arbeid nodig was, waren ze welkom. Zodra ze ziek worden, ouder worden, psychisch of sociaal vastlopen, verdwijnen ze uit beeld.
Zoals Bieke Purnelle scherp schreef in haar opiniestuk in De Standaard: “Na jaren ploeteren in de bouw laten we die Poolse werknemers vallen als bakstenen.”
Die zin vat perfect samen wat vandaag gebeurt.
Binnen de Poolse gemeenschap in Antwerpen leeft veel verdriet, woede en machteloosheid over deze overlijdens. Ook op de Facebookpagina van het Antwerps Straatsyndicaat kwamen talrijke reacties van mensen die getuigen over de harde realiteit van dakloosheid, isolement en institutionele onverschilligheid. Mensen wijzen terecht op het gebrek aan structurele opvang, op de vernedering waarmee dakloze mensen dagelijks geconfronteerd worden en op een beleid dat vooral inzet op controle in plaats van solidariteit.
Het debat dat nu ontstaat, mag niet eindigen bij medeleven alleen. Want wonen is een mensenrecht. Opvang is een mensenrecht. Menselijke waardigheid is geen gunst die afhankelijk mag zijn van nationaliteit, inkomen of administratief statuut.
Hoe kan dit gebeuren in een Europa zonder grenzen, waar kapitaal en arbeid zich vrij mogen bewegen, maar mensen die uitvallen gewoon aan hun lot worden overgelaten?
De dood van Jaro en Piotr confronteert ons opnieuw met het fundamentele onevenwicht tussen het economische Europa en het sociale Europa. Er wordt voortdurend gesproken over competitiviteit, groei en arbeidsmarkttekorten, maar veel minder over menselijke waardigheid, huisvesting en zorg.
Wij weigeren hun overlijden te reduceren tot een voetnoot of een “spijtige samenloop van omstandigheden”.
Jaro en Piotr waren mensen.
Ze hadden een geschiedenis, relaties, kwetsbaarheden en dromen.
Hun overlijden had vermeden kunnen worden.
En precies daarom moeten we blijven spreken.
Lees het artikel over Jaro in GvA : Afscheid van Poolse Jaro, die in Asiadok werd teruggevonden: “Bijna alles kon je maken, behalve een thuis”
Lees het artikel in GvA over Piotr